Diersoorten

muntjakterug naar overzicht

Hollandse naam: mini hert - muntjak

Wetenschappelijke naam: muntiacus - reevesi

Herkomst: China zuid en oost Azië

Leefgebied: bossen en heuvels

Hoogte/lengte: 42 tot 53 cm hoog

Gewicht: 9 tot 18 kg

Voedsel: gras -blederen - kruiden - twijgen - bramen

Jongen: 1

Draagtijd: 30 weken (is lang voor zo'n klein dier)

In de bovenkaak zijn de hoektanden uitgegroeid tot slagtanden, die bij de bok een paar centimeter lang kunnen worden en dan buiten de lippen uitsteken. Het geweitje van de bok heeft slechts één vertakking vlak boven de vrij hoge en behaarde rozenstokken.

De kleur van de vacht is kastanjebruin met een kleine witte spiegel, die door een staart van 9-17 cm wordt bedekt. Typisch voor de muntjak is de hoge ronde rug.

In Engeland werden ze in 1901 werden ingevoerd door een Lord die als hobby vele hertensoorten in een groot park (Woburn) hield. Daar zijn enkele dieren ontsnapt en nu leven ze in een steeds groter wordend gebied van gemengdbos, waar zij zich uitstekend kunnen verbergen.

De muntjaks zijn 's nachts en overdag actief, maar door hun leefwijze worden ze niet snel waargenomen. Muntjakbokken kunnen een lang aanhoudend blafgeluid uitbrengen,                 daarom worden ze ook wel "blafherten" genoemd.