Diersoorten

Scholeksterterug naar overzicht

Hollandse naam: Scholekster

Wetenschappelijke naam: Haematopus ostralegus

Herkomst: Noordkaap tot Middelands Zee-gebied

Leefgebied: Geheel europa

Hoogte/lengte: lang 40 - 45 cm

Voedsel: Schelpdieren en wormen

Jongen: 4

Broedtijd: 4 weken

Biotoop:
Scholeksters broeden in de duinen, weilanden, op akkers en zelfs op daken. De vogel broedt het liefst op nagenoeg kale of met kort gras begroeide open vlakten. De Scholekster is van oorsprong een kustvogel. De laatste 20 jaar heeft deze vogel zich aangepast aan het leven op de landbouwgronden in het binnenland.

Trek:
In het winterhalfjaar trekken ze vanuit de noordelijke streken naar de Waddenzee of zuidelijker om de winter door te komen. De vogels die in het waddengebied zelf broeden overwinteren daar ook meestal. In maart vangt terugtrek aan.

Aantallen:
Talrijke broedvogel (max 100.000 paren).

Kenmerken:
Zeer luidruchtig, ook ’s nachts. Alarmeert hardnekkig en achtervolgt kraaien, meeuwen en andere
vogels bij nest. De snavel van de Scholekster is 7 tot 8 cm lang, maar deze slijt snel door het gepik, en groeit dagelijks ongeveer een ½ mm aan. Scholeksters leggen 4 eieren, met een dag tussen elk ei. Vier weken later komen de kuikens één voor één uit.